Bij de verhalende beschrijving van de geschiedenis van ‘de ziengschole’ van Sommelsdijk, maken we dankbaar gebruik van de levendige beschrijving van dhr. J. v.d. Sluijs, de secretaris van de vereniging die in 1983 zijn herinneringen aan papier toevertrouwde.

Het is een donkere najaarsavond, 29 november 1885. De straat wordt zwak verlicht door gaslantaarns. In het oude centrum van het kleine dorpje Sommelsdijk lopen enkele mannen. Al gauw zijn ze op de plaats van bestemming. Steeds meer mannen komen binnen. Als iedereen gezeten is wordt er gesproken over het oprichten van een zangvereniging. Men wordt het vlug eens en besloten wordt dat het mannenkoor de naam krijgt: ‘Wat niet is kan worden’. De initiatiefnemer is dhr. C. Gebuis, hij wordt ook de eerste dirigent. Al eerder -1883- waren er plannen om een koor op te richten, maar uiteindelijk gebeurde dat op 29 november 1885. In het najaar, toen het werk op het land minder was, werd de vereniging opgericht. De meeste leden zijn dan ook afkomstig uit de arbeidersklasse. Statuten of iets dergelijks zijn van deze vereniging niet bekend, toch verloopt alles volgens vaste regels. Er worden alleen Psalmen en Hazeuliederen gezongen. De vereniging wordt in de volksmond ‘ziengschole’ genoemd, en dat is niet voor niets, want er word volop gestudeerd. Elke week moet er door een aantal mannen alleen gezongen worden. Op de bestuurstafel staat voor dat doel een kistje met nummertjes. Het nummertje dat getrokken word, is het nummer van de Psalm, die de volgende week gezongen moet worden. Wordt er een fout gezongen, dan is dat een cent boete. Het solozingen neemt een groot deel van de tijd in beslag. De laatste regel van elk vers wordt door iedereen meegezongen. Het is elke week weer een ongedwongen samenzijn, getypeerd door stoere zang en een zaal blauw van sigarenrook. De zangvereniging wordt goed bezocht. Het dorpsleven van weleer had weinig ontspanningsmogelijkheden. Niet iedereen heeft na een lange werkdag ook nog behoefte om buitenshuis verpozing te gaan zoeken, maar als men wil kan men deel nemen aan een gymnastiekvereniging, de muziekvereniging en vanaf 1885 dus ook de zangvereniging. De vereniging is één van de vele ziengscholen op het eiland. Bijna elk dorp heeft er één of meerdere. Voor de leden neemt het zingen een grote plaats in, ze gaan er voor. Ook overdag, op het land wordt dikwijls geoefend en scherpen de leden elkaar op. Psalmen en Hazeuliederen worden in het wijde polderland en in de kleine huiskamertjes vaak gehoord. Toch moeten we deze tijd niet te veel verheerlijken. Men leefde geïsoleerd op het eiland en er moest hard gewerkt worden voor het dagelijks brood. Vaak was het: wie arm was, bleef arm en wie dom was, kon dat ook blijven. Veel mensen kwamen bijna nooit buiten het eiland, of zelfs buiten het dorp. In die begintijd wordt gezongen in de kleuterschool van Sommelsdijk, de bewaarschool in de Sint Joris-Doelstraat.

Verder is bekend dat er op zondagmiddag werd gerepeteerd en soms wel twee keer per week op zondag en maandag.  ‘s Zondags werden dan Psalmen gezongen en ‘s maandags Hazeuliederen. De contributie die betaald moet worden (in 1916 bedroeg die 3 cent) komt ten goede van de jaarvergadering, die aan het eind van het seizoen wordt gehouden. De jaarvergadering is een hoogtepunt in het zangseizoen. De leden onder elkaar spreken niet over jaarvergadering maar over ‘potvertering’. De verenigingspot die een seizoen lang gevuld  is door contributie en boete van foutzingende zangers wordt leeggemaakt. Er worden dan nog meer sigaren gerookt dan anders en er zijn koekjes, olienootjes en chocolademelk. Voor de jongens -de vereniging is vanaf 14 jaar toegankelijk- zijn er sinaasappels. V.d. Sluijs schrijft, hieraan terugdenkend: ‘Je ziet, zo in gedachten al die oude mannen van die tijd, aan de chocolademelk lepperen, olienootjes pellen en sigaren roken.’ De overgebleven sigaren verdwijnen doorgaans in de zakken van het bestuur, maar dat hebben ze waarschijnlijk wel verdiend. In 1925 gaat het mannenkoor op de foto. 32 mannen staan daarop afgebeeld.

Zittend: v.l.n.r. M. v.d. Broek, H. Roetman, M. v.d. Veer (dirigent en voorzitter), F. Razenberg, J. v.d. Baan en Jan Berits. Staand: T. v.d. Veer, G. Lodder, L. v. Antwerpen, Joh. v.d. Baan, L. Schellevis, R. v. Heemst, J. Kattestaart, Abr. v. Antwerpen, St. Hartensveld en H. v.d. Boom. Bovenste rij: Fr. de Leeuw, W. v. Antwerpen, J. v.d. Nieuwendijk, L. v.d. Boom, J. v.d. Veer, C. v.d. Sluis, P. Lodder, L. v.d. Nieuwendijk, Joh. v. Dongen, Jan Peekstok, J. d. Boer, C. Lodder, L. Faase, Jan Schellevis, M. v.d. Doel en A. v.d. Sluijs.

Een ander hoogtepunt is het, wanneer er een uitvoering elders wordt gegeven. Regelmatig gaan de zangverenigingen van het eiland bij elkaar op bezoek. Zo is de reis weleens naar Stellendam, Ooltgensplaat, Middelharnis of Nieuwe-Tonge. Dan maakt men gebruik van de tram.

Het tramstation van Middelharnis

Als de eindbestemming Herkingen is, moet er ander vervoer geregeld worden. De boerenknechts vragen dan aan hun baas of zij een koets mogen gebruiken en zo gaat er een stoet van  wel een stuk of tien koetsen over de dijken richting Herkingen. Op deze uitvoeringen is het erg gezellig en er wordt menig sigaartje gerookt. We kunnen ons voorstellen hoe het tijdens de samenzang geklonken moet hebben. J. v.d. Sluijs, die als jongen lid was van de zangvereniging, was in 1999 zichtbaar ontroerd, toen hij vertelde hoe mooi het vierstemmig gezang klonk van de Stellendammer vissers. De thuiskomst is meestal rond een uur of elf. Voor de begrippen toen, was het al diep in de nacht. De zangers nemen afscheid op het  Marktveld in Sommelsdijk of bij de Roomse kerk. Staande rondom de dirigent worden dan in de open lucht nog enkele verzen gezongen. Midden in het dorp, galmend tussen de huizen van de Voorstraat, klinkt het geluid door, zodat het op de Molendijk is te horen. Ook bij de Rooms-Katholieke Kerk wordt, als men daar uitstapt, een versje ten afscheid gezongen.

De Rooms-Katholieke kerk te Middelharnis


Het gebeurt eens dat de pastoor uit bed komt en vanachter het open raam staat te luisteren. ‘Want’, zegt hij tegen een van de leden, ‘Ik vind het machtig mooi!’ Verder weten we van de vereniging van Sommelsdijk niet zoveel, want notulen worden er pas bijgehouden vanaf 1977. De rest is dus bekend van overlevering en herinnering. De eerste dirigent is, zoals al is verteld, dhr. Gebuis. In 1916 is de dirigent Pleun Troost en in ongeveer 1920 wordt dat  Marien v.d. Veer.

Hij dirigeert de vereniging zo’n 40 jaar. Daarnaast is hij ook lange tijd voorzitter.

De naam van de vereniging wordt op een gegeven moment veranderd in ‘Ons Genoegen’, ook worden er vrouwen toegelaten. Rond 1960 wordt er een foto van het bestuur gemaakt.

 

Over deze mensen zou veel te vertellen zijn. We zullen ons beperken tot enkele anekdotes. Beschier van der Veer was de zoon van dirigent Marien van der Veer. Hij was Bas-zanger. Bij het zingen maakte hij weleens gebruik van een een hoorn, een toeter waardoor hij zong. Dat was een kunst apart en een zonderling gehoor. In 1973 kwam hij om bij een een auto-ongeluk op de Haringvlietbrug. Marien Breemanbijgenaamd Merien d’n trekker, was de vervangend dirigent. Als hij voor het koor stond en er werd nog wat gepraat, zei hij steevast: ‘Koppen dicht en zingen!’ De plaats waar elke week gezongen wordt, is intussen ook veranderd. Er wordt gerepeteerd in wat tegenwoordig ‘Vita Nova’ is, (de oude zondagsschool). Ergens in de jaren vijftig wordt er van verschillende koren die die avond in dat gebouw zingen een foto gemaakt, hieronder de foto van ‘Ons Genoegen’.

Voor nog meer foto's, klik hier. Een grappig voorval uit deze jaren willen we ook nog vermelden. Tijdens het zingen op het podium staat een discantzanger tegen het orgel geleund, zoals hij dit gewend is. Of het aan zijn schoenen ligt, of aan de vloer, is nooit duidelijk geworden, maar eensklaps glijdt hij onderuit en ligt op de vloer. Een hevig geschrokken medezanger snelt weg en waarschuwt meteen de dokter. Als hij terugkomt staat de onfortuinlijke discantzanger echter al weer stevig op zijn benen en verwijt hem dat hij onnodig de dokter heeft gewaarschuwd. Tot in de jaren zeventig bloeit het koor. Er zitten in die jaren tussen de dertig en veertig leden op. In die tijd worden ook nauwe contacten onderhouden met Urk. Dit contact is terug te voeren op een briefwisseling die ontstaat n.a.v. een door de zangvereniging van Urk uitgegeven grammofoonplaat. Ook hebben de Urkers contact met de Ouddorper vissers, en ze komen een keer in Ouddorp zingen. De zangvereniging van Sommelsdijk is ook aanwezig, het is echter niet de bedoeling dat zij zullen zingen. Daar is de al eerder genoemde plaatsvervangend dirigent het niet mee eens en hij komt dan ook in actie. Driftig gaat hij naar voren en zegt tegen de leiding: ’Als Sommelsdijk hier niet zingt, is de vriendschap over met Urk!’ Tegen zulke krasse taal is men niet opgewassen en zo gebeurt het dat er die middag ook voor de zangvereniging van Sommelsdijk een plekje wordt ingeruimd. Op 14 januari 1971 is het koor aanwezig op de receptie van de het bruidspaar Troost-V.d. Boom in gebouw 'Vita-Nova' in Sommelsdijk (te zien op de 2 foto's hieronder).

Op 18 september 1971 wordt een bezoek gebracht aan Urk. De zangers uit Sommelsdijk krijgen tijdens de maaltijd brood en grote gebakken scharren, daarover is iedereen tevreden, zoals de notulen vermelden. Op de terugreis is er echter een tegenvaller. Ondanks de gemaakte afspraak is Hotel ‘Bergzicht’ gesloten. Er staat verder niet hoe dat is opgelost, maar misschien zitten de gebakken scharren nog zo hoog, dat er besloten is om maar door te rijden, maar goed, dat blijft een gissing. Kort daarop brengt Urk een tegenbezoek aan Sommelsdijk, waarbij de Hervormde kerk vol met belangstellenden zit. In 1972 komt er voor ‘Ons Genoegen’ een behoorlijke klap. In Middelharnis wordt dan ‘De Lofstem’ opgericht, waar verscheidene leden heen vertrekken. Het is dan ook wel te begrijpen dat de verhoudingen tussen deze koren niet al te vriendschappelijk zijn. Grofweg kunnen we stellen dat in Sommelsdijk de leden Nederlands Hervormd zijn en in Middelharnis Gereformeerde Gemeente en Christelijk Gereformeerd. In Sommelsdijk is men er (terecht) trots op dat men de Psalmen en Hazeuliederen op het rijtje af kan zingen, terwijl in Middelharnis meer gelet wordt op het technische aspect van het zingen. In de jaren die daarop volgen wordt het koor kleiner en kleiner en komen er geen jonge mensen meer op. Wel worden regelmatig nog uitvoeringen gegeven. Ook wordt er in 1983 een video-opname van het koor gemaakt. Voor de beschikbaarheid van deze opname kunt u een mailtje richten aan:Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Voor de volledige documentatie van deze video, klik hier.  Dat het koor ook met de tijd meegaat, blijkt op de jaarvergadering van het seizoen 1983-1984: ‘Verder krijgen de vrouwen een reep chocolade en de rokers krijgen enkele sigaren. De niet rokers (die zijn er ook) chocolade. En dan maar dampen. Helaas had een lid er nog knap last van, want Jan Klapmuts kon door verkoudheid al niet mee zingen en dan al die sigaren en sigarettenrook, enfin de niet rokers hebben er de meeste last van. Vandaar dan ook, dat er na de vergadering werd geopperd, tijdens de repetitie niet meer te roken in het repetitielokaal. Het is een punt van bespreking waard, want tijdens het zingen hebben ook de vrouwen er last van. Luister maar eens, als wij gezamenlijk op het podium zingen, hoeveel er hoesten en kuchen nadat een psalm of lied gezongen is’. In diezelfde tijd wordt een foto van het koor en bestuur genomen. 

V.l.n.r. voor: Mevr. Nelis, Mevr. vd Stadt, Mevr. Schol, Mevr. Onderdelinden, Mevr. vd Mast, Mevr. Schellevis, Mevr. Kimmel. Daarachter: H. vd Boom (voorzitter), J. Schellevis (2e voorzitter), J. vd Sluijs (secretaris), Joh. d Boer (oud-dirigent), J. d Boer, Joh. v Dongen (penningmeester), J. Klapmuts. Achterste rij: A. Schol, P. Kattestaart Azn, W. v Moort.
 

Dan hieronder ook de foto van enkele bestuursleden. 

V.l.n.r.: J. Schellevis, J. v.d. Sluijs, J. d. Geus, J. d. Boer en J. v. Dongen


Deze foto is evenals de vorige, genomen in 1984. Het is aangrijpend dat op onderstaande foto 3 mannen staan, die een jaar later niet meer in leven zijn. J. de Geus overleed op 17 januari 1985, na een kortstondige ziekte, die in november 1984 pas openbaar kwam. J. v. Dongen overleed op 30 augustus van datzelfde jaar en J. den Boer slechts enkele dagen daarna, op 2 september. Het is een grote slag voor de vereniging om in zo’n korte tijd, de dirigent, oud-dirigent en penningmeester te moeten missen. Van dhr. v. Dongen is vermeldenswaardig, dat hij ongeveer zestig  jaar lid is geweest, dhr. den Boer was zelfs ongeveer zeventig jaar lid, terwijl hij twintig jaar dirigent is geweest. Voor deze mensen had de vereniging een aparte plaats in hun leven, dat blijkt wel uit het feit dat ze zo lang lid waren. Dat kan van meerdere zangers gezegd worden, we willen hier nog noemen dhr. W. v. Moort, die ook gedurende vele jaren lid was. Op zijn grafzerk, op de begraafplaats van Sommelsdijk staat zelfs een regel van een Hazeulied. 

 

De vereniging is dus duidelijk aan het aftakelen, en dat met het honderdjarig bestaan in het zicht. Al eerder -26 maart 1984- is met het oog op dat jubileum een opname gemaakt door de NCRV. Beluister hieronder Hazeulied 43 uit deel 2 (inclusief de kenmerkende manier van toonaangeven):

'Zie ik, op 't eindperk van mijn leven,

op mijn toekomstig zalig lot,

Zou mij dan dood en graf doen beven,

doen siddren voor mijn Heer' en God?

Neen: reeds ontrukt aan zondenlusten

en voor den Hemel toebereid,

kan niets mijn' kostbre ziel ontrusten;

'k Sla vrolijk 't oog in d' eeuwigheid! 

Op de datum van het honderdjarig bestaan, 29 november 1985, wordt er in het Reformatorisch Dagblad een artikel aan gewijd, dat de titel draagt: ‘Honderdjarig Ons Genoegen: verdwijnend stukje folklore’ We citeren uit dit artikel:

 ‘De leden zijn allen boven de zeventig, waarbij het voorkomt dat men, zoals voorzitter Van den Boom, al vanaf elfjarige leeftijd lid is. De gang van zaken op de repetities is in al die jaren nagenoeg onveranderd gebleven. Bij de opening wordt allereerst een psalm eenstemmig en niet-ritmisch gezongen. Dan zingt een van de leden solo een psalm of een Hazeulied. Tegenwoordig is dat een zaak van vrijwilligheid. Vroeger ging het gewoon op de beurt (...) Het koor zingt alles a capella en de dirigent geeft de toon aan op het gehoor. Hij intoneert vooraf: do-mi-so-do en terug. In neergaande lijn nemen de verschillende partijen de toon over. De intervallen klinken zuiver, hoewel bij sommige liederen weleens wat te hoog wordt ingezet. Het gezang komt daarna ongepolijst over, een draai wordt niet geschuwd, maar over het algemeen klinkt het in ieder geval niet vals.(...) Jongeren sluiten zich sinds lang niet meer aan. Het eiland is opengebroken, de wereld is op het eiland gekomen en het zingen van uitsluitend psalmen en Hazeuliederen is dan te ouderwets geworden. Het huidige ledental van veertien wordt slechts bereikt omdat het lidmaatschap ook voor dames is opengesteld. In verband met dat kleine aantal repeteert men al niet meer wekelijks, maar een keer per veertien dagen. Het lijkt erop dat ‘Ons Genoegen’ het honderdjarig jubileum niet lang zal overleven. Een verdwijnend stukje folklore dat ten prooi valt aan de moderne tijd.’ Het volledige artikel bekijken? Klik hier.

Ondanks het geringe ledenaantal wordt op 1 september 1986 toch begonnen met een nieuw zangseizoen. Er zijn die avond 13 leden aanwezig en er wordt overlegd over het voortbestaan van de vereniging. ‘Toch hebben wij besloten verder te gaan. Een gezelschap dat al meer dan een 100-jarig bestaan heeft, heft men zomaar niet op.’ Half oktober wordt voorzitter H. v.d. Boom aangesproken door C. Kieviet, de voorzitter van ‘De Lofstem’ uit Middelharnis, hij vraagt of een fusie mogelijk is. Voorzitter v.d Boom gaat met dit voorstel naar secretaris J. v.d. Sluijs en deze zegt, dat als men wil blijven zingen en de leden van beide verenigingen geen bezwaar maken een fusie noodzakelijk is.

‘Andere bestuursleden waren ook voor. Aldus besloten. Enkele bestuursleden zijn de donderdagavond daarop, naar het verenigingsgebouw gegaan en hebben een en ander meegedeeld. De leden van de andere vereniging waren blij, dat alles in goede harmonie was opgelost, zodat wij besloten met ingang van 1 november een vereniging te zijn, die de naam draagt ‘De Lofstem’. Alzo is de ruim 100-jarige Psalm- en Hazeuliederenzangvereniging Ons Genoegen, opgeheven. Jammer maar het kon niet anders Geen Alt en Bas meer.’

Niet alle leden van ‘Ons Genoegen’ gaan over naar de andere zangvereniging, de meesten echter wel. Het blijft natuurlijk jammer dat de vereniging niet zelfstandig kon blijven, want het was een ziengschole met een lange geschiedenis, die generaties lang hoorde bij het alledaagse dorpsleven van Sommelsdijk. Vandaar ook dat wij het belangrijk vinden dit stukje geschiedenis aan de vergetelheid te ontrukken.